Openingsspeech jubileum '100 jaar Zuivelschool'

En nog minstens 10 jaar

Je zult maar voorzitter zijn van een zich stuurgroep ‘100 jaar Zuivelschool’ noemende, door het onderwijs nogal gedegenereerde club ego’s. Twaalf maanden lang elke week vergaderen over hoe je een feestje moet organiseren. Ik zie u al meewarig glimlachen over zoveel tijdverkwisting en dus inefficiënte manier van werken. Geen wonder dat bij elke bezuinigingsronde het onderwijs niet wordt overgeslagen.

En toch geloven wij nog immer in onszelf. Neem nou sommige sprekers van vandaag. U zit hier al zo’n zeven kwartier, op weinig comfortabele wijze, al of niet quasi-geïnteresseerd te luisteren. Naar hen die vertellen hoe prachtig het allemaal werkt in ons huidige onderwijs of, wellicht beter gezegd, hoe het zou móeten werken. Teneinde studenten nog optimaler te prepareren op hoe het na de opleiding toegaat in de échte wereld, waarvan de meesten van u al zo lang deel uitmaken. Maar zeg eens eerlijk: komt dat nou een beetje geloofwaardig op u over? Denkt u nou niet: ach, mooie verhalen, vol idealisme en visioenen, maar – en u bent niet wars van clichés – in de praktijk werkt het toch anders?

Desalniettemin hebben we de honderd gehaald. De roemruchte ‘Zuivelschool’ heeft de pesterijen doorstaan: de fusies, de ontkoppeling, het herenakkoord, de verhuizing, de hautaine Groningers, de omhooggevallen Leeuwarders. Piepend en krakend, een schim van wat we ooit waren in Bolsward, gedevalueerd tot een studierichting, ondergeschikt gemaakt aan units met verbloemende benamingen als Food & Business en binnenkort Life Sciences. De groene hogeschool en het nog groenere AOC Friesland, een funester imago kun je je niet bedenken voor ons, levensmiddelentechnologen! Wij willen die rommel uit de natuur immers alleen maar bewerken tot consumeerbaar voedsel, maar verder hebben wij geen boodschap aan de primaire sector.

Maar let wel: wie nu stiekem zit te gniffelen over zoveel opwinding mijnerzijds, zou zich eens moeten afvragen of het zover had moeten komen. U bent nu wel op ons feestje, maar waar was u toen het mis dreigde te gaan met ons? Als we de verhalen op onze website mogen geloven, bent u nogal lyrisch over ‘Bolsward’. Nou, dat schept dan wel verplichtingen! Met andere woorden: wordt het niet eens tijd dat u wat terugdoet voor al die mooie jaren en die degelijke, brede opleiding die u dankzij ons hebt genoten? U hebt toch belangrijke posities binnen de voedingsmiddelenindustrie? Het alumnibeleid, zoals dat zo fraai heet, impliceert toch niet dat wij slechts adreswijzigingen van u doorkrijgen?

Op een dag als deze komen wij niet enkel bijeen om wat te drinken, te eten en geromantiseerde oude herinneringen op te halen. Nee, in de geest van onze oude directeur Sonnema zouden wij deze gelegenheid vooral ook moeten benutten om het over onze zakelijke relatie te hebben. Om te netwerken, 06-nummers en/of e-mailadressen uit te wisselen, kortom, om erachter te komen wat we voor elkaar kunnen betekenen. Want het kan toch niet zo zijn dat u lijdzaam toekijkt hoe wij verder wegkwijnen? Na ons de zondvloed, dat kan toch onmogelijk uw credo zijn?

Arnold Dijkstra en Wijnand Verschuur hebben u vandaag een kijkje gegeven in de praktijk van alledag op, zoals zij dat in hun wollige jargon uitdrukken, het grensvlak van ónze kennisinstelling en úw beroepspraktijk. Zij denken dat wij goed op weg zijn om de kloof daartussen te dichten. Echter, we zijn er nog lang niet en dus moeten we de schouders er flink onder zetten om succesvol te zijn. En daar, beste reünisten, kunnen we uw steun heel goed bij gebruiken!

Laten we eens aannemen dat wij allen hier zo’n 50 mensen redelijk kennen: familie, vrienden, overige relaties. Dat betekent dat we vanuit deze kerk een netwerk hebben van 400 maal 50 is 20.000 mensen. Daar zit natuurlijk wat overlap in, maar vooruit. Arnold en Wijnand dagen u uit om, gebruikmakend van dit netwerk, ieder ten minste 1 potentiële student te interesseren. Als uiteindelijk blijkt dat door uw bemiddeling deze kandidaat ook daadwerkelijk gaat studeren aan de opleiding Voedingsmiddelentechnologie, wordt u daarvoor rijkelijk beloond. Wat dat inhoudt, houden ze nog even geheim, maar het zal zeker om voeding draaien.

Wat moet u doen, als u een kandidaat hebt geïnteresseerd? Wel, gewoon melden op de binnenkort te openen website www.ikneemeennieuwesuvelmee.nl. U vult de gevraagde gegevens in en op 1 oktober 2005 wordt de balans opgemaakt. Meldt de opgegeven student zich daadwerkelijk aan, dan wacht u een bijzondere verrassing. De moraal van deze actie: Jan Steenmeijer en Hans Aartsen volgend jaar een heel groot luxeprobleem bezorgen. Ze zijn er gek op!

Mocht u inmiddels het idee krijgen dat wij u vandaag niet alleen maar een plezierige avond gunnen, dan hebt u helemaal gelijk. Want er is nog een kleinigheid waarmee we u even willen lastigvallen. Zoals u op de website hebt kunnen lezen, verschijnt er vandaag een heuse jubileumkrant. Een prachtexemplaar waarop we best een beetje trots zijn. Echter, in al ons optimisme hebben we dat ding 200.000 keer laten drukken en eerlijk gezegd zitten we daar enigszins mee in onze maag. Een flink gedeelte ervan gaat weliswaar naar de meeste middelbare scholen in den lande oftewel naar onze potentiële klanten, maar het leek ons ook wel aardig als de krant op een flink aantal bedrijven terechtkomt. En juist ja, op die bedrijven die u hier zo gepast zit te vertegenwoordigen.

Om een lang verhaal kort te maken, ik nodig hierbij uit naar voren te komen drie vertegenwoordigers: Carien Vermuë, studente van het hbo, Nelleke Westra, studente van het mbo en Tjerda Postma, oud-studente. Aan hen zal ik een tasje met 15 jubileumkranten uitreiken. Een symbolisch gebaar, want aan het eind van de avond zal iedere reünist zo’n tasje meekrijgen, met het uitdrukkelijke verzoek de kranten zoveel mogelijk onder collega’s en vooral hun kinderen te verspreiden. De huidige studenten wordt dringend verzocht de kranten uit te delen op hun vorige school.

Genoeg georeerd, placht ik dan te zeggen tijdens de cabarets in Húske to Let, die obscure, onverklaarbaar bewoonde soos in Bolsward. Wat een ongebreidelde ongein hebben we daar ook beleefd. Reholitas van de ‘hogeren’ en Vemisú van de ‘middelbaren’. Het sloeg misschien nergens op, maar wat was het leuk! We waren onder ons, in de gouden jaren meer dan tien procent van de Bolswarder bevolking uitmakend. Wie deed ons wat? Nostalgie, jeugdsentiment, van oude mensen de dingen die voorbijgaan.

Het wordt tijd voor de reünie, waarvoor een zich stuurgroep ‘100 jaar Zuivelschool’ noemende club van weliswaar gedegenereerde doch enthousiaste ego’s zich twaalf maanden lang heeft uitgesloofd. Meestal in de baas zijn tijd en dus op kosten van de belastingbetaler, maar toch een pittige klus. Martin, Simon, Egbert, Margje, Jappie en onze stagiaire Marrit, al tartten jullie dikwijls alle vergaderregels, het was me een genoegen om met jullie samen te werken (applaus?).

Praat eindeloos met elkaar, herleef de mooie jaren, overdrijf, lach, swing en zing, word weer even verliefd, schrans en drink een biertje. Maar bezin je tussen de bedrijven door ook even op onze toekomst die in feite ook jullie toekomst is. Want als het even kan, willen we jullie over tien jaar weer zien. Deal? Veel plezier dan.

Hans Leijenaar

[Openingsspeech jubileum ‘100 jaar Zuivelschool’ op 5 november 2004]